Culturele vorming op de Rehoboth in de jaren vijftig en zestig

 

 

Inleiding

 

In het archief van de Marnix Academie staan vier dikke plakboeken die een beeld geven van de culturele activiteiten van de vroegere christelijke kweekschool Rehoboth in de jaren 60 van de 20e eeuw. De plakboeken zijn gevuld met foto’s van allerlei klassen en verhalen over schoolreisjes en werkweken; alles keurig bijgehouden door de leerlingenvereniging Paul Krüger. Maar ook bevatten de plakboeken:

- programma’s van concerten waaraan het Rehobothkoor belangrijke bijdragen leverde,

- bezoeken aan tentoonstellingen en toneelvoorstellingen en

- opvoeringen van klassieke toneelstukken uitgevoerd door leerlingen van de Rehoboth.

Leerlingen uit die tijd weten dat de heer T(eun) van Veen, leraar Nederlands en later directeur, veel heeft gedaan om jonge mensen in contact te brengen met het klassieke toneel en dat de muziekdocent H(enk) Kwakkel de drijvende kracht was achter de vele concerten die door het Rehobothkoor werden verzorgd.

Helaas zijn er geen gegevens uit de jaren 50 aanwezig. Je vraagt je af hoe het mogelijk was om naast het reguliere lesprogramma zoveel tijd te besteden aan de voorbereiding van de concerten.

 

Henk Kwakkel verwoordt anno 2005 de ontwikkeling als volgt:

“In 1953-1954 vroegen eerste en tweede klassen aan mij of het niet mogelijk was om een kweekschoolkoor te vormen en ook uitvoeringen te geven. Tussen de middag werd geoefend. De repetities waren verplicht. Na enige tijd werden ook uitvoeringen gegeven. In die tijd organiseerde de stichting ‘Het Schoolconcert’ concerten voor middelbare scholen en kweekscholen. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van beroepssolisten.

Het Utrechts Stedelijk Orkest (U.S.O.) verleende vaak medewerking als het Rehobothkoor concerten gaf in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen of in het oude houten gebouw van Tivoli. Rond 1970 werd het Rehobothkoor opgeheven omdat men in die tijd de repetities niet meer verplicht kon stellen”.

Concerten

 

Uit de gegevens die in de diverse plakboeken te vinden zijn blijkt dat in de zestiger jaren elke maand een concert gegeven werd in de eigen aula aan de Koningsbergerstraat en dat er elk jaar een groot concert was in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen en later zelfs in Tivoli.

Deze grote concerten kregen meer dan plaatselijke belangstelling. Ook de landelijke pers was aanwezig om de muzikale prestaties te recenseren. Deze concerten trokken ook veel aandacht omdat landelijk bekende musici meewerkten. Van de vele concerten, die werden gegeven volgen hierbij een aantal voorbeelden.

 

Bij de uitvoering van het Requiem van W.A. Mozart en het Gloria van Vivaldi op 8 mei 1961 werkten de toen zeer bekende solisten mee als Annette de la Bije (sopraan), Roos Boelsma (alt-mezzo), Arjan Blanken (tenor) en David Hollestelle (bas). Solisten en het Rehobothkoor werden begeleid door het U.S.O..

Er was ook een sponsor namelijk de inmiddels niet meer bestaande meubelzaak Tijsseling uit Nijkerk: Kent u reeds Tijsseling kleurcollectie 1961 van betere meubelen ?

De recensies waren lovend. Een voorbeeld:  De zaal was uitverkocht. De dirigent Henk Kwakkel heeft met zijn bekend enthousiasme zijn leerlingen goed ingeleid in de uit te voeren werken en zo werd alles zuiver van intonatie, duidelijk in de muzikale lijnen en strak van ritme gerealiseerd.

 

Een halfjaar daarvoor had het Rehobothkoor meegewerkt aan Die Jahreszeiten van Joseph Haydn, ook weer met medewerking van bekende solisten en het U.S.O.

 

Dat men niet alleen zocht naar bekende, goed in het oor liggende muziek blijkt op 10 mei 1962 als er een uitvoering wordt gegeven van muziek van minder bekende componisten uit de Franse Barok. De Messe du Sacre de Louis XVI van Francois Giroust en het Te Deum van M.A. Charpentier zijn geen muziekstukken die je vaak tegenkomt op concertprogramma’s. Het dagblad Trouw meldde: Een goede uitvoering met een afwijkend repertoire van het Rehoboth-koor.

 

Verder kwam op het repertoir ook muziek voor die je niet zo snel zou verwachten op een schoolconcert. Zo werden op 8 april 1965 werken van modern klassieke componisten als Peter Schat, Arnold Schönberg en Willem Pijper door de leerlingen uitgevoerd.

 

In diezelfde tijd werd in samenwerking met het U.S.O. de Carmina Burana van Carl Orff gespeeld en gezongen. Het Utrechts Nieuwsblad schreef:  Het schijnt, gelukkig, traditie te worden bij een uitvoering van het leerlingenkoor van de christelijke kweekschool Rehoboth van een voortreffelijke avond te kunnen gewagen.

 

Behalve aan klassieke concerten werd af en toe ook aandacht besteed aan jazzmuziek.

 

Toneelvoorstellingen en tentoonstellingen

 Op 5 februari 1960 werd in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats door leerlingen van Rehoboth het blijspel opgevoerd van Jules Sandeau  getiteld Jonkvrouwe de la Seiglière. Het verhaal gaat over gevluchte Franse edelen die na de tijd van Napoleon terugkeren naar Frankrijk en geconfronteerd worden met de gevolgen van de code Napoleon waardoor ze al hun bezittingen zijn kwijtgeraakt. Delegaties van de kweekscholen uit Ede en Gorinchem woonden ook de voorstelling bij.Toegangsprijs voor leden is 50 en voor niet-leden 90 cent.

Het Utrechts Nieuwsblad meldt dat de uitvoering van de toneelgroep Paul Krüger op hoog peil stond en dat de juiste sfeer  was getroffen. Een andere krant kopt: Rehoboth proeft van Franse champagne en spreekt van voortreffelijk schooltoneel.

De recensies geven soms ook een aardig beeld van de gezwollen taal die soms werd gebruikt. Een voorbeeld:

Leerlingen van de chr. kweekschool Rehoboth hebben gisteravond in K. en W. een talrijk publiek het voorrecht geschonken enkele uren te vertoeven bij de aanminnige bekoorlijkheden ten tijde van de romantiek, zoals deze, niet zonder zweem van parodie, zijn verwerkt in het nog altijd vitale blijspel Jonkvrouwe de la Seiglière van Jules Sandeau. Het is onder zorgvuldige regie van Jo Nobel een vertoning geworden, waarvan het slechts te betreuren was, dat zij niet in de Schouwburg en voor een groter publiek op het plankier verscheen”. 

 

Behalve het uitvoeren van toneelstukken werden ook geregeld toneelvoorstellingen bijgewoond. Om een greep te doen uit wat de plakboeken vermelden:

In 1963 in de Stadsschouwburg van Utrecht: een Indisch drama Het lemen wagentje.

In 1964, ook Stadsschouwburg: het toneelstuk De Barbier van Sevilla. In dezelfde tijd stond ook Van den vos Reinaerde op het programma. In Haarlem werd de Stadsschouwburg bezocht tijdens een bezoek aan Oud-Poelgeest.

Leerlingen maakten verslagen van hun ervaringen. Die verslagen zijn soms geschreven in een stijl die sterk doet denken aan de hierboven geciteerde journalist. Wat te denken van het volgende verslag:

Wit, nevelig-wit en koud. De eerste indruk van Leiden was een spat in het stille wit. Het maagdelijk karakter van de trage singeldampen, de aangestipte huizen en bomen schiep een afstand tussen de stad en de haastige, doch niettemin welwillende reizigers. De majestueuze ingangspilaren bakenden het eindpunt van verwachtingen.

 

Ook werden bezoeken gebracht aan diverse musea, zoals:

- een tentoonstelling van Egyptische kunst in het Rijksmuseum te Amsterdam,

- een dag naar het Van Abbemuseum in Eindhoven,

- een bezoek aan het museum voor Land en Volkenkunde in Amsterdam en

- een tentoonstelling over Jeroen Bosch in ’s-Hertogenbosch.

 

Werkweken

 

De vaak uitvoerige reisbeschrijvingen vermelden bezoeken aan Parijs en Londen. Bezocht werden: de kathedralen van Lâon en Chartres, Fontainebleau, het Louvre, en ook een moskee.

Ook in Londen werden bezienswaardigheden bezocht.

 

Foto’s

 

Behalve het taalgebruik geven ook de foto’s een beeld van een vervlogen tijd. De meisjes zijn braaf gekleed. Hooggesloten bloesjes en een degelijke rok tot halverwege de kuit. Weinig sieraden en zo te zien geen make-up.

Jongens dragen een nette pantalon en een keurig colbertje; de stropdas ontbreekt niet. De haren zijn nog ‘netjes’ kort geknipt. Eigenlijk zien de leerlingen er niet anders uit dan de leraren. Al deze foto’s geven een beeld van de jaren vijftig en de eerste helft van de jaren zestig. Alles had zijn vaste plaats en iedereen kende zijn rol.

 

Jaap Walraven – juli 2005

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



De foto en de affiche komen uit een van de vier plakboeken (albums heten ze officieel) van de Rehoboth uit het begin van de jaren 60.

Jaap Walraven – een van de redactieleden van deze website – bekeek die albums met foto’s, krantenartikelen en verslagen van activiteiten van de Rehoboth. Zijn impressies staan in de linker kolom.

Meer foto’s en verslagen van die activiteiten zullen op korte termijn op deze website geplaatst worden.